Etymologie: het woord passen

22 juni 2020

Casino blog >> Etymologie: het woord passen

 

stapel boeken over online gokken met wazige achtergrondJe hebt achttien punten bij Blackjack. Dan is een gepaste opmerking, ‘stand’ of  ‘ik pas’. Het woord passen, en vervoegingen daarvan, kom je overal tegen. In het casino bij heel veel gokspelen. In dagelijkse situaties gebruiken we het ook regelmatig, wanneer we met iets niet verder willen.

In de kledingwinkel wordt het woord passen in een andere betekenis gebruikt. Daar hebben ze zelfs een paskamer. Dat zou wat zijn bij roulette. Dat de croupier zegt ‘oh u past, gaat u maar even naar de paskamer’. Daar kun je dan rustig overdenken welke strategie je gaat toe-passen bij de volgende ronde.

De grootmoeder die op haar kleinkinderen past is voorzichtig. Zij loopt niet door het hek waarop staat ‘Pas op voor de hond’. Liever past ze in de maatbeker de juiste hoeveelheid meel af voor een heerlijke appeltaart, zoals alleen grootmoeders die kunnen maken.

Het woord passen

Het woord passen heeft dus meerdere betekenissen. En met een voorvoegsel groeit dat aantal nog verder. Hoewel daar ook samentrekkingen bijzitten die niet helemaal juist zijn. Zo komt afpassen waarschijnlijk van afmeten en passen. Het is ingeburgerd, wat bij de samentrekking optelefoneren (opbellen en telefoneren) niet gebeurde.

De gangbare betekenissen van het woord passen zijn: afmeten, in orde zijn en niet meedoen. Die laatste is voor ons natuurlijk het meest interessant. Nu we toch bezig zijn met opsomming kijken we eerst nog even naar Van Dale. Daar geven ze een uitgebreide, omschrijvende lijst bij het woord passen:

Van Dale

  1. afmeten, afpassen; op de juiste maat afmeten: met, na veel passen en meten (figuurlijk) na moeizaam onderhandelen
  2. zo voegen of schikken als je dat wenst
  3. (van een kledingstuk) kijken of het de vereiste maat heeft
  4. (van een kledingstuk) de vereiste maat hebben
  5. (kaartspel) zijn beurt laten voorbijgaan: daar pas ik voor uiting van onwil of weigering; ik moet passen (a) ik moet mijn beurt voorbij laten gaan; (b) ik weet het niet
  6. nauwkeurig acht slaan op: op de kleintjes passen zuinig zijn; op je tellen passen letten op wat je doet
  7. niet buiten het kader vallen
  8. voegen, betamen: dit past een man van wetenschap niet
  9. geschikt zijn: goed passen bij een goede combinatie vormen met; als het past bij gelegenheid

Kaartspel

In het lijstje van Van Dale valt ons bij (kaartspel) vooral het werkwoord moeten op. Dat suggereert dat de spelregels verplichten dat je past, een beurt voorbij laat gaan (je moet passen). In veel situaties is het echter een vrijwillige keuze, ook bij kaartspelen als poker.

Het woord passen bij kaartspelen is in tijd het laatst doorgevoerde voorbeeld van passen. De betekenis van ‘op iemand passen’ bijvoorbeeld gebruikten onze voorouders al in de 13e eeuw of eerder. Overige betekenissen ontstonden in die zelfde tijd of binnen tweehonderd jaar daarna.

Passen bij kaartspelen

De opmerking ‘ik pas’ bij kaartspelen ontstond bij het populair worden van kaartspelen in de 16e eeuw. Spellen waarbij je een beurt voorbij kunt laten gaan. Zoals bij het Franse vingt-et-un (21-en), waaruit Blackjack ontstaan is.

Het woord passen, in de betekenis van een beurt overslaan, komt dan ook van het Franse woord passer (spreek uit: passee). Dat Franse woord was al veel langer bekend en hangt nauw samen met ons woord passeren. Dat is in feite wat er bij spellen gebeurt, je laat de beurt passeren.

Beurt overslaan

Van de speler rechts van je gaat de beurt direct naar de speler links van je. Als je past wordt jouw beurt overgeslagen. Dat is een alternatieve uitspraak van ‘ik pas’. Je kunt immers bij veel spellen ook zeggen, ‘ik sla een beurt over’.

En er zijn spellen waar juist dat een spelregel is. Bij Monopoly kun je een kanskaart trekken met de verplichting een beurt over te slaan. Wist je trouwens dat er ook een Monopoly video slot bestaat? Bij het originele ganzenbord moet je een beurt overslaan als je in de herberg komt.

Het woord passen in oude teksten

We zijn gewend bij de rubriek Etymologie op Onlinecasinoground te kijken naar oude teksten. Dat doen taalkundigen ook om een vroegste gebruik van een woord of uitdrukking te vinden. Bij het woord passen is zo’n zoektocht moeilijk, doordat het zoveel verschillende betekenissen heeft.

Woordenboeken zijn meestal een interessant alternatief. In vele daarvan komt het woord passen voor en met talrijke betekenissen en voorbeelden. Een van de vroegste met een verwijzing naar het kaartspel is het Frans – Nederlands woordenboek van Pieter Marin. In de vierde druk uit 1762 vinden we: passerpassen, zijn kaarten neerleggen.

Interessante toevoeging daarbij is de verwijzing naar het oude Franse spel Lanterlu. In dat spel zou de uitdrukking “renoncer a l’enjeu” (afstand doen van het spel) voorkomen. Passen bij kaarten komt overigens niet voor in het Nederlands – Frans woordenboek uit datzelfde jaar.

Meer informatie

  • In het Engels kennen ze met ‘to pass’ alle betekenissen die wij hebben in het Nederlands. Bij Blackjack en andere spellen zeg je dus gewoon zeggen ‘I pass’. Maar ze kennen veel meer gebruik van ‘to pass’, die soms wel enigszins zijn te herleiden naar een van de hierboven genoemde betekenissen:
    • Bij ‘slagen voor een examen’ zeggen de Engelsen ‘to pass an exam’.
    • Een mooi schot van een achterspeler bij voetbal naar een voorspeler noemen zij een ‘pass’. Dat hebben wij eenvoudig overgenomen en spreken van een mooie lange pass (spreek uit: paas).
    • Iets aangeven, zoals in ‘kun je mij de boter even aangeven’, is bij de Engelsen ‘can you pass me the butter’.
    • Gaan we een auto passeren, dan zeggen wij ‘die auto inhalen’ en de Engelsman ‘pass that car’.
    • Een bijzondere betekenis van ‘to pass’, die wij niet kennen, is het geven van vals of gestolen geld aan iemand zonder het te zeggen. Daar staat een behoorlijke straf op en de Engelsen zeggen dan ‘he was arrested for passing stolen cheques’.
Delen: