Waarom arme mensen meedoen aan loterijen

20 januari 2019

 width=

Waarom arme mensen meedoen aan loterijen. Dat is de titel van het wetenschappelijke verslag van een onderzoek. Zo’n titel nodigt uit om een kijkje te nemen.

Loterijen en onderzoek

Er is veel onderzoek beschikbaar over loterijen. Een aanzienlijk deel is gedaan of betaald door overheden. Loterijen zijn immers de populairste kansspelen. In ieder geval hebben ze de meeste deelnemers en wordt er het meeste geld aan uitgegeven.

Overheden verdienen dus veel aan de loterijen. De fiscale inkomsten uit kansspelbelasting zijn belangrijk. Maar ook de zogenaamde redistributie, het opnieuw verdelen van belastinginkomsten naar bijvoorbeeld mensen met een lager inkomen.

Eerdere onderzoeken

Uit meerdere onderzoeken naar loterijen blijkt dat mensen met een laag inkomen een groot deel van hun (netto) inkomsten besteden aan loterijen. En ze geven meer geld uit aan loterijen dan mensen met een hoger inkomen.

Het is algemeen aanvaard dat er een relatie bestaat tussen een laag inkomen en het meedoen aan loterijen. Die sociaaleconomische positie van de speler in relatie tot loterijen is in vele onderzoeken aangetoond.

Waarom arme mensen meedoen aan loterijen

Vaak waren die onderzoeken opgezet om te kijken naar een gegeven rond gokverslaving, belastinginkomsten of effecten van gokken voor de maatschappij. De redenen dat arme mensen meedoen aan loterijen en daarbij veel inzetten is daarbij slechts sporadisch meegenomen.

Waarom doen arme mensen mee aan loterijen ? Waarom besteden ze veel van hun inkomsten? En waarom geven ze er veel meer aan uit dan rijke en beter opgeleide leeftijdsgenoten? Die vragen werden dus nauwelijks volledig onderzocht. Duitse onderzoekers van het Max Planck Instituut gingen daarom op zoek naar de antwoorden.

Drie invalshoeken

De onderzoekers, Jens Beckert en Mark Lutter, zochten antwoorden op hun vragen vanuit drie invalshoeken. Ze keken naar de sociaal-economische factoren, de culturele omgeving en de invloed van het netwerk waarin de speler zich bevindt.

Voor hun onderzoek lazen ze eerst meerdere bestaande onderzoeken. Daarna gebruikten ze de gegevens uit een landelijke enquête in Duitsland.

Economen

Bij het lezen van de diverse onderzoeken constateren ze dat sociaaleconomische gegevens nauwelijks zijn gebruikt bij het onderzoeken van gokgedrag. Bij sociaaleconomisch gaat het om inkomen, opleiding en dergelijke. Er zijn bij die onderzoeken wel theorieën geformuleerd of suggesties gedaan.

Economen beschouwen loterijen bijvoorbeeld als rationele rijkdom. Zij stellen dat iemand uit lage- en middenklassen eerst zijn eerste levensbehoeften betaalt (vaste lasten, voeding, kleding etc). Als er daarna geld over is kan daarna een lot worden gekocht. Daarmee maken ze voor een relatief gering bedrag kans op hoge uitbetaling. Het is een rationele keuze voor iemand die geen andere mogelijkheden of middelen heeft om substantiële rijkdom te verwerven.

Psychologen

Psychologen daarentegen beschouwen het meedoen aan loterijen als irrationeel. Zij vinden het tekenen van slecht beoordelingsvermogen, slecht kunnen kiezen en het maken van denkfouten. En dat hangt dan weer samen met opleidingsniveau en kennis. Iemand met een lage opleiding kan volgens hen minder goed de gevaren inschatten van gokken. Het verschil tussen lage en hoge inkomens stellen zij gelijk aan verschil aan opleidingsniveau.

Mensen met een lagere opleiding zouden mogelijk ook hogere niveaus van stress en spanning hebben. Gokken is een min of meer geaccepteerde manier om die spanning en frustraties te kanaliseren. Loterijen vereisen nauwelijks kennis en ze kunnen iemand ontspannen zonder te veel storende gevolgen voor de samenleving. Je kunt erbij dagdromen, kortstondig ontsnappen aan de werkelijkheid en mogelijk ook echt je financiële positie veranderen.

Cultuur

Loterijen kunnen een uiting zijn van persoonlijke overtuigingen en tonen hoe iemand denkt of gelooft. Bijvoorbeeld over de samenleving. Beckert en Lutter vonden daarover allerlei meningen, inzichten en theorieën in de onderzoeken die zij lazen.

De protestantse omgeving bijvoorbeeld verkondigt deugden als ijver, zuinigheid en winstgevendheid. Gokken wordt daarbij gezien als verspilling. Meedoen aan een loterij, of gokken in het algemeen, kan dan ook een ontsnapping zijn aan de rationaliteit van zo’n ‘cultureel’ gegeven. Het geeft de mogelijkheid dwars te liggen op de culturele omgeving en te vertrouwen op lot en bijgeloof.

Een bijzonder cultureel aspect, op de rand van sociaaleconomisch, is dat loterijen gelijke kansen geeft aan iedereen. Ongeacht kennis, geloof, klasse, onderwijs of familiaire achtergrond. Dat maakt loterijen ook aantrekkelijk voor mensen uit lagere klassen.

De omgeving

De invloed van de omgeving op gokgedrag is ook in veel eerdere onderzoeken bekeken. Echter nog nauwelijks bij deelname aan loterijen. De onderzoeken waarin dat wel gebeurde zien vooral verbanden met tradities.

Bijvoorbeeld in Spanje en Italië is er veel groepsaankoop van loten door groepen vrienden, familie of collega’s. Het gaat daarbij niet per se om het winnen van geld, maar vooral om het bevestigen van de sociale groep en de vriendschap.

Het netwerk van de speler bij loterijen wordt in de meeste onderzoeken ook weer voornamelijk vanuit sociaalpsychologisch perspectief bekeken. Het loterijlot geeft een gedeelde ervaring en een gespreksonderwerp binnen de groep. De houding binnen de groep tegenover loterijen is positief. En de kans dat wordt gestopt, zelfs na flinke verliezen, is klein omdat de kans bestaat dat de groep dan uit elkaar valt.

Antwoorden

Er zijn dus wel onderzoeken, maar die geven geen eenduidig antwoorden of verklaring op de vragen. Waarom doen arme mensen mee aan loterijen ? Waarom besteden ze veel van hun inkomsten? En waarom geven ze er veel meer aan uit dan rijke en beter opgeleide leeftijdsgenoten?

Beckert en Lutter concluderen dat cultuur nauwelijks een rol speelt. De omgeving heeft wel een grote invloed, wellicht zelfs de grootste invloed op het spelen in een loterij. Het verklaart waarschijnlijk ook de grotere uitgaven, omdat binnen de lagere- en middenklassen de groepsbeleving belangrijk is.

Aanbevelingen

Maar waarom arme mensen meedoen aan loterijen? Tot een echt antwoord komen ook Beckert en Lutter niet. Wellicht hebben de economen uit eerdere onderzoeken gelijk. Het klopt immers dat meedoen aan loterijen een voordelige, hoewel zeer geringe, kans geeft op aanzienlijke verbetering van de financiële positie. Daarbij zijn loterijen een vorm van gokken waar verder geen vaardigheden voor nodig zijn.

Gokken in het algemeen werkt voor bepaalde groepen wel als mogelijkheid te ontsnappen aan de werkelijkheid, frustraties en stress. Het houdt de speler daarmee echter weg van meer realistische manieren om de eigen positie te verbeteren, zoals het volgen van een opleiding, deelnemen aan politiek. Beckert en Lutter tonen voornamelijk aan daar meer aandacht aan te geven.

Bron

Het onderzoek ‘waarom arme mensen meedoen aan loterijen?’ van Jens Beckert en Mark Lutter (pdf)

Kans op de jackpot

De hoogte van het jackpotbedrag wordt in iedere reclame herhaald, daar loopt een loterij uiteraard graag mee te koop. De kans die je op die prijs maakt, zie je minder vaak terug. Natuurlijk kun je een loterij winnen, maar de kans op een grote prijs is nog veel kleiner dan je zou verwachten. Bij de staatsloterij is de kans op de jackpot is slechts 0,00000016%. Afgerond is dat 0,0%. Wij stoppen ons kleingeld dan toch liever in een leuk video slot, of bezoeken een live casino voor een paar handjes blackjack.

Delen: