Etymologie: het woord gokken, waar komt dat vandaan?

1 augustus 2018

 width=
Waar komt het woord gokken vandaan? Volgens officiële bronnen komt het woord ‘gokken’ uit het Hebreeuws. Het stamt dan van het werkwoord sãhaq, dat lachen betekent. Vanuit het Hebrreeuws kwam het als tsechokken in het Jiddisch, een Germaanse taal die door Joden wordt gesproken.

Vanaf de 16e eeuw kwamen er Joden naar Nederland, vooral naar Amsterdam. Ze vluchtten uit landen rond de Middellandse Zee. De grootste groep kwam later, in de 18e en 19e eeuw, vanuit het oosten naar ons land. Vooral zij brachten het Jiddisch in onze taal.

Het woord ‘gokken’ is een leenwoord

Het woord gokken is daarmee een leenwoord. Dat is een woord dat we aan een andere taal ontlenen. Er zijn veel Nederlandse woorden ontleend aan het Jiddisch, zoals gozer, smeris, bajes en temeier. Veel van die woorden noemen we Bargoens, de taal die begin 20e eeuw werd gebruikt door mensen aan de randen van de maatschappij. Het wordt ook wel boeventaal genoemd.

Spelen en speculeren

Het Jiddische woord tsechokken betekent lachen, schertsen, spelen en speculeren. Met name die laatste twee woorden hebben enige verbinding met gokken. Ik pak er nog een paar boeken bij.

Vanwege het Jiddisch allereerst ‘Resten van een Taal’ van Hartog Beem (1892-1987). Beem heeft zich als leraar Duits ontwikkeld tot expert in het NederJiddisch, een combinatie van Hebreeuws, Nederlands en Middelhoogduits. In zijn boek uit 1967 verklaart Beem diverse Jiddische woorden die we in het Nederlands hebben opgenomen. Hij noemt als oorsprong van gokken het Jiddische woord chokken, dat lachen betekent.

Hij negeert daarmee çegoqen (tsechokken) dat ik bij C.B. van Haeringen (1892-1983) tegenkom. Deze Coenraad Bernardus heeft dat woord al opgenomen in zijn Etymologisch Woordenboek der Nederlandsche Taal uit 1936.

Vroegere boeken

Het woord gokken ontbreekt

Het woord gokken ontbreekt in woordenboek uit 1898 van De Vries e.a.

Voor de aardigheid kijk ik in twee etymologische woordenboeken uit het eind van de 19e eeuw. Het woord gokken komt niet voor in het boek van Johannes Franck uit 1892 en niet in die van Jozef Vercouille uit 1989. Dat geeft te denken.

Natuurlijk kan ik ook even in Van Dale kijken. Maar ik verwacht daar hetzelfde te vinden als in hedendaagse etymologieboeken. Ik pak nog even het Woordenboek der Nederlandsche Taal van Matthias de Vries uit 1898. In deel vijf, van glaasje tot harspleister, van dit uitgebreide woordenboek komt gokken echter niet voor.

Moorman en gokken

Je zou daardoor kunnen denken dat het woord gokken eind 19e eeuw nog niet werd gebruikt. In het boek de Geheimtalen van J.G.M. Moorman uit 1932 komt het echter wel voor. Het zal dus in de tussentijd in zwang zijn gekomen. Wellicht in het begin alleen in de randen van de samenleving.

Moorman verwijst echter naar een vroegste vermelding van een vorm van het woord gokken. Het werd gebruikt in een tekst uit 1843 dat is opgenomen in de Algemeene Konst- en Letterbode van 1844. Daarin staat: … doch gij hebt loensch gegokt … . Het etymologisch woordenboek van Marlies Philippo uit 2003 bevestigt dat als vroegste voorkomen.

Tekst met het woord gokken uit 1681

Tekst met het woord gokken – uit: Pampiere Wereld van Jan H, Krul 1681

Jan Harmensz. Krul

In de Pampiere Wereld van Jan Harmensz. Krul komt het woord gokken echter ook voor. In het derde boek van de tweede uitgave uit 1681 staat bij de minnebeelden: … immer zoo schadelijk is ’t dat men gokken om ’t geld mind …

Ik ben geen taalkundige, ik kan slechts constateren dat het woord gokken daar staat. Het zou nog steeds uit het Jiddisch kunnen komen. Meegenomen door Joden die hier in de 16e eeuw naartoe kwamen.

Amsterdamse taalquerulant

Nog een beetje peinzend over het woord gokken, denk ik aan een Amsterdamse man. Ruim dertig jaar geleden stond hij af en toe in kranten en opiniebladen met sterk afwijkende ideeën over de herkomst van woorden. Hij ging daarbij uit van de spreektaal en haalde daar dialecten bij. Ik weet niet meer hoe hij heet en kan het ook niet terugvinden. Zijn gedachtegang zou ongeveer als volgt kunnen gaan bij het woord gokken.

“Geluk is voorspoed en lot. Hé lot. Lot en gokken, dat heeft iets met elkaar. Zou gokken van het woord geluk kunnen komen; dat woord heeft immers zijn oorsprong al in de 11e eeuw. In het Fries zeggen ze gelok. Wat als de ‘l’ er in de spreektaal uit is gevallen. Die ‘e’ is er in veel dialecten toch al niet. In het Zeeuws-Creools zeggen ze bijvoorbeeld al ‘gluk’. In het Engels is het luck, maar daar spreken ze de u ook uit als een o. en in het Creools-Engels spreken ze van ‘guck’. Ja, als dan ook nog eens onze Oosterburen spreken van Glücksspiel. Tijd om mijn gluk te beproeven en een glokje te wagen…”

Meer geschiedenisartikelen

Vond je dit een interessant artikel? Bekijk dan ook onze andere geschiedenisartikelen over onder andere het ontstaan van de gokkast, de geboorte van het bekende casinospel blackjack, of lees meer over de geschiedenis van speelkaarten. Hoe is kansberekening ooit begonnen, weet jij het?

Ook hebben we twee artikelen over de ontstaansgeschiedenis van Las Vegas gepubliceerd, ontdek hoe de stad uitgroeide van indianengebied tot dé gokhoofdstad van de wereld!

Meer etymologie

Nu je weet waar het woord ‘gokken’ precies vandaan is gekomen, ben je waarschijnlijk ook benieuwd naar de oorsprong van het woord ‘casino’. Ontdek hier hoe dit woord ontstaan is!

Delen: