Neuroplasticiteit en probleemgokken voorkomen

30 maart 2021

Hersenen en neuroplasticiteit

Lange tijd werden de hersenen beschouwd als een belangrijk orgaan, maar vooral ook als een grijze, bewegingsloze massa. Dat er een ontwikkeling in de hersenen was bij opgroeiende kinderen, daar kon men zich wel iets bij voorstellen.

Rond 1900 merkte de histoloog Santiago Ramón y Cajal op dat ‘hersenen nog kunnen veranderen nadat iemand volwassen is’. Dat kwam volgens hem door ‘neurale plasticiteit’. Jaren later, in 1948, gebruikte de Poolse neurowetenschapper Jerzy Konorski het woord ‘neuroplasticiteit’. Hij gebruikte het om de verandering van celstructuur te beschrijven die hij had waargenomen in de hersenen.

Meer onderzoek volgde vanaf de zestiger jaren. Sommige onderzoekers bleven nog een tijd hangen in het idee dat hersencellen afsterven en niet worden vervangen. Tegenwoordig zijn de meesten er echter van overtuigd dat hersencellen vernieuwen. Maar vooral ook dat de verbindingen tussen de cellen veranderen. En dat ze dat doen tot je overlijdt.

Neuroplasticiteit

Voor we kijken naar neuroplasticiteit en de probleemgokker, eerst even iets over de invloeden op de veranderingen. Het blijkt namelijk dat verschillende oorzaken zorgen voor de vernieuwing van verbindingen. Dat kunnen zowel positieve als negatieve oorzaken zijn. Vele daarvan heb je zelf niet in de hand of je bent je er niet van bewust. Maar het blijkt dat je de verbindingen ook bewust kunt beïnvloeden.

Je hersenen worden vooral enthousiast als je nieuwe ervaringen opdoet. Ga je bijvoorbeeld een vreemde taal leren of een nieuwe vaardigheid, dan beginnen de verbindingen van de cellen te veranderen of vernieuwen. Blijf je echter een ervaring herhalen dan gebeurt er weinig, hooguit worden de verbindingen star.

Dat gepensioneerden niet alleen kruiswoordpuzzels moeten doen, is dus een gekscherende maar goede tip voortgekomen uit onderzoek naar neuroplasticiteit. Zij zouden hun hersenen ook eens moeten belasten met bijvoorbeeld die nieuwe taal of een andere vaardigheid. Daarmee kunnen ze de aanmaak van nieuwe hersencellen en de verbindingen daartussen stimuleren.

Een probleem met onderzoek rond neuroplasticiteit

Een probleem met het fenomeen neuroplasticiteit is dat meerdere onderzoeksgebieden er op zijn gedoken. En het dan vooral gebruiken om hun eigen stokpaardje te bedienen. Alternatieve genezers verklaren er spontane genezing mee, bio-psychologen plakken er een ingewikkeld verhaal met stofjes op en zo zijn er anderen die er hun theorieën op los laten.

Wellicht zit er een kern van waarheid in alle ideeën. Maar vooralsnog kunnen we er weinig concreets mee. Het bracht inmiddels wel allemaal afgeleide woorden, die soms verwijzen naar bovenbedoelde oorzaken. Zo zijn daar neurochemische plasticiteit en gedragsplasticiteit.

Neuroplasticiteit en probleemgokken

Die twee woorden vinden we terug in de vele onderzoeken naar neuroplasticiteit en de probleemgokker. Want de verbindingen tussen de hersencellen kun je veranderen door je hersenen aan het werk te zetten. Maar ook met chemicaliën, zoals in medicijnen en verdovende middelen. Bij onderzoekers gaat het bij dat laatste dan al snel over drugsverslaafden.

Van drugs is echter bij de probleemgokker geen sprake. Die zit hooguit te lang aan een slot machine en vertoont daarmee verslaafden-gedrag. De veranderingen in de hersenen van een probleemgokker zijn dus gedragsplasticiteit.

Positieve, recreatieve online speler

Bovenstaande klinkt wellicht wat badinerend. Dat krijg je echter met die continue nadruk op probleemgokkers door overheden en onderzoekers. Terwijl 99% van de gokkers en online spelers gewoon plezier beleeft aan het gokje. En wellicht speelt neuroplasticiteit daarbij wel een positieve rol.

Waarschijnlijk heeft die grote groep naast het online spelen allerlei andere activiteiten. Ze halen hun beloningen (dopamine) niet alleen uit dat gokje, maar ook uit een overwinning op het voetbalveld, het lezen van een spannend boek en dergelijke.

Als de recreatieven vooral veel online spelen houden ze daarbij van variatie, zoals we dat ook kennen in het advies van het voedingscentrum (gevarieerd eten). Na een tijdje roulette gaan ze een periode op enkele slotmachines spelen. En wellicht proberen ze een nieuw spel en leren zichzelf pokeren.

Neuroplasticiteit en de starre probleemgokker

Natuurlijk zijn er lieden die star in een spel blijven hangen. Zo star dat zich geleidelijk verslavingsgedrag openbaart. Wij denken dat rond die starheid veel meer oorzaken spelen. Het is echter gemakkelijker het gokken te veroordelen, of de seks-, koop-, of ander verslavingsbron.

Te veel en vaak zie je dat bij onderzoek naar het eindstadium wordt gekeken, de probleemgokker. Maar wat was er daarvoor aan de hand. Waarom bleef een speler in zijn gokbubbel zitten? Waren er geen vrienden die voor meer variatie konden zorgen? Wat was het probleem dat uiteindelijk tot het gewoontegedrag of de verslaving leidde?

Neuroplastisch onvermogen

Het lijkt interessant te kijken naar de verslaafde en soortgelijke gedragingen. Maar het is vooral gemakkelijk. Interessanter is het te weten of er wellicht neuroplastisch onvermogen bestaat. Kan er een situatie zijn waarbij het de hersenen niet lukt nieuwe verbindingen te maken? Of dat er een patroon van starheid ontstaat, waardoor een persoon gedrag continu herhaalt?

Dat het, misschien dwangmatige, gedrag van de probleemgokker niet verschilt van iemand die elke dag hetzelfde ochtendpatroon heeft. Een persoon die kwaad wordt als zijn eitje ontbreekt aan zijn ontbijt. De gevolgen zijn dan wellicht anders (voor persoon, familie en maatschappij), maar voortkomend uit eenzelfde neuroplastisch onvermogen.

Beloningen

De wetenschap is inmiddels afgestapt van het idee dat probleemgokken zo’n probleem van gedrag is. Of een probleem van impulsbeheersing, waarbij gokverslaving een stoornis is, zoals kleptomanie en pyromanie. Zoals we in eerdere artikelen zagen, zoeken ze probleemgokken nu in de beloning, de dopamine die de hersenen aanmaken.

Alsof je hersenen direct bij het gokken als een gek de verbindingen gaan verleggen en nieuwe hersencellen aanmaken. De hersenen als bron van het kwaad en de verslaving. Terwijl er zoveel andere dingen zijn die beloningen geven, zoals het genoemde potje voetbal met vrienden, een lekkere taart op een verjaardag of een opwindende avond met je partner.

Levensplasticiteit

Dat is waar 99% van de gokkers ook dopamine krijgen. Levensplasticiteit zouden wij dat noemen, vorm geven aan het leven. Afwisseling brengen en de sleur doorbreken. Gelukkig zijn er wetenschappers en therapeuten die daar oog voor hebben. Ze zien in levensplasticiteit een mogelijke behandeling, wanneer het niet is gelukt het leven van een persoon al voor het probleem of de verslaving een andere wending te geven.

Met de kennis van neuroplasticiteit zorgen ze dan voor andere verbindingen. Dat kan door de gokverslaafde gewoon nieuwe dingen te laten oppakken, zoals de genoemde nieuwe taal leren en dergelijke. Of door chemicaliën (medicijnen) die de hersenen tot verandering aanzetten. Het ‘slachtoffer’ met een gokprobleem valt immers tegenwoordig onder het psychiatrisch regime.

Afwisseling en motief

Wij zoeken het in afwisseling. We spelen roulette en stappen daarna een tijdje over naar de slot machine. Tussendoor genieten we van een aflevering van onze favoriete serie op Netflix.

En we spelen voor ons plezier. Geld is bij winst mooi meegenomen. Maar bij verlies gewoon jammer en passend bij het vooraf vastgestelde speelgeld. Alles kost immers geld en waarom zou dat bij dat gokje of spelletje roulette niet zo zijn.

Aanvullende informatie

Neuroplasticiteit is vooral interessant omdat het aantoont dat je tot het eind van je leven kunt veranderen. Probleemgokken roept echter allerlei vragen op. Bijvoorbeeld, ging die probleemgokker gokken vanwege een financieel probleem of werd hij/zij ontdekt als probleemgokker door een financieel probleem. Er zijn talrijke onderzoeken naar gedaan. De wetenschappers zijn over het antwoord nog over in discussie.

De variatie in invalshoek en conclusies bij onderzoek rondom neuroplasticiteit en verslaving zijn ook legio.

Hieronder enkele bronnen:

  • ‘Is-it-all-about-money’, o.a. over de geldvraag bij gokken, gesteld door de Finse onderzoekster Maria-Heiskanen in 2017 (pdf)
  • ‘Kan magnetische stimulatie helpen bij een verslaving’, door Barr en collega’s in 2011 (pdf)
  • Met name eind vorige eeuw werd veel onderzoek gedaan naar neuoplasticiteit. Een vaak aangehaald onder zoek is ‘Brain Plasticity and Behavior’van Kolb en Whishaw uit 1998 (pdf)
  • Een ander veel aangehaald onderzoek is dat van Fuchs en Flugge uit 2914, ‘Adult Neuroplasticity More Than 40 Years of Research’ (pdf)
  • Olsen schreef in 2011 het artikel ‘Natura Rewards, Neuroplasticity and Non-Drug Addiction’ (pdf)
  • Interessant is ook ‘Neuroplasticity in addictive disorders’ van Charles Brien uit 2009 (pdf)
Delen:
Probleemgokkers houden vast aan verleden
< Vorig artikel
Probleemgokkers houden vast aan verleden
Volgend artikel >
Kunst in casino’s: liefde en zakelijkheid
Kunst in casino’s: liefde en zakelijkheid