Etymologie: het woord risico, waar komt dat vandaan?

13 februari 2020

Casino blog >> Etymologie: het woord risico, waar komt dat vandaan?

het woord risico

De hoofdredacteur vond het wel weer eens tijd voor een etymologische tekst. Dit keer meer over het woord ‘risico’. Met de etymologie van dat woord lopen we zelf enig gevaar op schade. De oorsprong van het woord is volgens officiële bronnen namelijk vanaf ongeveer het jaar 1250 een schimmig gebied. We gaan daarom voorzichtig terug in de tijd.

Het woord risico

Het woord Risico in boek Journael etc (Segersz van der Brugge 1634)

Een authentiek gebruik van het woord risico vinden we wijzelf nog terug in een boek uit 1634. Maar het woord is veel ouder. Uiteindelijk kom je dan bij bronnen waarbij je de kans hebt op fouten. Kans en fouten, dat weten we als gokker, betekent een risico.

Het woord risico

Italiëkenner José de Bruijn-van der Helm schrijft in 1992 een doctoraalscriptie over Italiaanse handelstermen. Daarin meldt ze een gebruik van het woord risico in 1525. We hebben niet de moeite genomen het te controleren.

Want de Italiaanse taalkundige Carlo Battisti vond een nog eerdere versie. Hij ontdekt het woord risico in een werk uit de 14e eeuw. Daar wordt het al als ‘risico’ gespeld. Een nog vroegere versie komt echter van Charles du Fresne, ook wel Monsieur du Cange genoemd. Hij schrijft, lazen we in bij enkele etymologiebronnen, over het woord risico in zijn verklarende woordenboeken.

Charles du Fresne

Volgens etymologen noemt hij daarin het gebruik van het middeleeuwse Latijn resicum en risicum van rond 1260. Het boek van Charles du Fresne hebben we erbij gehaald. Helaas kunnen we niet het boek te pakken krijgen dat tijdens zijn leven in 1678 is uitgegeven. Het worden een, volgens de uitgever, ongewijzigde heruitgave uit 1739 en enkele latere uitgaven.

Nu komen we bij ons volgende risico. In de eerste heruitgave verwijst geen enkel lemma (trefwoord) rondom het woord risico naar jaartallen. In ieder geval geen jaartal van voor 1300. In een latere heruitgave, bijvoorbeeld die van 1850, gebeurt dat wel.

Risico – Rischium

Het woord risico - Risicum - uit Glossarium mediae etc - Du Cange

Risicum – uit Glossarium mediae etc – Du Cange (herdruk 1850)

Maar in 1850 voegt de uitgever ineens het lemma Rischium toe. Dat is geen probleem en aangekondigd op de omslag, het is een heruitgave met aanvullingen. Bij Rischium staan wel jaartallen van voor 1300 genoemd.

In 1288 schijnt er een Latijnse tekst te zijn geweest waarin een vorm van het woord risico voorkwam. Dat ontdekt de Italiaanse historicus L.A. Muratori (1672-1750). Die tekst kwam neer op: … naar Sienna gaan en vertrekken op eigen kosten met risico van verlies van fortuin en goederen.

Bij hetzelfde lemma staat zelfs een citaat uit 1267. We vermoeden dus dat de etymologen, zij die de oorsprong van woorden zoeken, verwijzen naar een heruitgave. De interessante aanvullingen heeft Charles du Fresne zelf nooit gezien. Aardig dat ze hem toch de credits geven. Wat ook leuk is, in de aanvulling staan de woorden rischio en risque. Dat zijn al respectievelijk de woorden die in Italie en Frankrijk gebruikt worden voor het woord risico.

Onzekerheid en het woord risico

De Europese etymologiebanken melden dat herkomst van het woord risico voor 1267 onzeker is. Ze komen met talrijke suggesties en waarschijnlijkheden. Er zijn verwijzingen naar risico’s bij de scheepvaart, waarover we schreven bij het artikel over Dutch Book bij gokken. Andere suggesties komen uit lands- en volkstalen en dialecten.

Het woord risico zou dan kunnen komen uit het volkse Latijn (resecum = klip, steile rots = gevaar), het klassieke Latijn (resecare = afsnijden = gevaar) en het Spaans (risco dat ook klip betekent.) Zo zijn er meer woorden die als woord en betekenis op het huidige risico lijken, zoals het oud-zuidfranse rezeque. Dat verwijst naar gevaar van schade aan of verlies van scheepsladingen. Vaak worden er ook Arabische en Griekse woorden bijgehaald. Vrijwel altijd verwijzen die ook naar het gevaar van een klip of hoge berg.

Notariële akte

Los van het betere gokwerk na 1267 is er echter een oudere bron gevonden. In het archief van notaris Giovanni Scriba, die leefde in Genua in de 12e eeuw, vonden historici meerdere documenten met een verwijzing naar risico. Scriba was notaris in Genua. In april 1156 gebruikt hij in een wettekst het woord resicum en later in enkele commerciële overeenkomsten het woord risicum.

Vier jaar na Scriba staat het woord in een scheepvaartswet in Pisa. Zowel bij Scriba als in Pisa verwijst het naar het risico van een financier bij commerciële activiteiten rond scheepvaart.

In een later gevonden contract uit 1893 gaat het om een fictieve verkoop van grond als onderpand van een lening. In de overeenkomst vermeldt een notaris dat het risico (ad resicu) van verlies tussen beide partijen wordt verdeeld.

Spreektaal

Voor Scriba komt de strekking van het woord risico vanzelfsprekend ook al voor. In de spreektaal van gebieden en zelfs stadswijken verschilt daarbij de uitspraak van een woord. Bij het vastleggen op papier noteert men vaak fonetisch. Daardoor zijn er in het begin meerdere schrijfwijzen van het woord risico.

Scriba is ongetwijfeld ook niet de eerste die schreef over risico. Maar eerdere documenten zijn niet bewaard gebleven of nog niet gevonden. Hij gebruikt dus resicum. Veertig jaar later zien we resicu. Er zijn echter in die tijd meerdere andere schrijfwijzen. Maar daarbij gaat het altijd om wat wij nu verstaan onder risico.

Betekenis

Maar wat verstaan we eigenlijk onder risico, wat is de definitie. Meerdere wetenschappelijke disciplines hebben zich daarover gebogen. Filosofen, historici, actuarissen en anderen, ze definiëren het allemaal vanuit hun eigen achtergrond.

Interessant daarbij is dat historici opmerken dat meerdere vormen van het woord risico bekend zijn, bijvoorbeeld al in de middeleeuwen. Maar mensen gebruiken het woord in die tijd nauwelijks. Ze omschrijven een gevaarlijke situatie. Dat heeft volgens de geschiedkundigen een kerkelijke reden. Geestelijke vinden praten en spelen met onzekerheid als een afspraak maken met de duivel. Daarom staat men gokken bijvoorbeeld ook niet toe.

Vanzelfsprekend zijn er dan ook weer historici die het daar niet mee eens zijn. Zij wijzen op de levendig handel in die tijd. En die was zeker niet zonder gevaren. Het was daarbij goed, afspraken te maken over de risico’s en een woord te gebruiken. Anderen zoeken een middenweg. Volgens hen gebruikte men bij handel het woord risico en was erover praten toegestaan. Maar in de burgerlijke omgang niet.

Definitie

Een algemeen gangbare definitie van risico is ‘in een situatie zijn of worden geplaatst met de kans op een slechte afloop’. Filosofen vertellen daarbij dat overlijden de slechtste afloop is. Dat wordt universeel aanvaard. Voor het overige is een slechte afloop subjectief. Het hangt af van hoe iemand vooraf een situatie beoordeeld.

Ga je naar een film dan kan de een denken: als het een slechte film is loop ik het risico van verveling. Een ander denkt wellicht: als het een slechte film is loop ik het risico van verspilde tijd. En, wat de ene persoon een slechte afloop vindt, kan voor een ander juist een gunstige afloop zijn.

Zelfs gokkers kunnen verschillend naar risico kijken, de een kijkt bijvoorbeeld alleen naar het geld dat hij kwijt is als hij verliest, terwijl een ander geniet van het spelletje ongeachte de uitkomst. Zo kan een avondje (online) casino, zelfs wanneer het je die avond niet meezit, toch heel geslaagd zijn.

Meer casino-etymologie

Benieuwd naar de herkomst van andere woorden uit de gokindustrie? Lees hier over de herkomst van het woord gokken, of het woord casino. Hier kun je alle etymologie-blogs bekijken.

Delen: